Publicatie Laka-bibliotheek:
Radioactieve rest- en afvalstromen in Nederland - Een inventarisatie

AuteurRIVM, M. van der Schaaf, P.D.B.M. Bekhuis, L.H.A. Boudewijns
1-01-4-15-21.pdf
DatumOctober 2022
Classificatie 1.01.4.15/21 (AFVAL - RICHTLIJN 2011/70/EURATOM)
Voorkant

Uit de publicatie:

Radioactieve rest- en afvalstromen in Nederland
Een inventarisatie

Radioactieve rest- en afvalstoffen kunnen bij verschillende handelingen
ontstaan. Voorbeelden zijn de productie van kernenergie en medische
behandelingen van patiënten, maar ook de productie van staal uit
ijzererts of de winning van olie en gas. Het RIVM heeft geïnventariseerd
waar in Nederland radioactieve rest- en afvalstoffen ontstaan, en om
welke soorten en hoeveelheden het gaat.

Het RIVM heeft hiervoor de producenten van radioactieve rest- en
afvalstoffen ingedeeld in dertien sectoren. Per sector zijn de
belangrijkste rest- en afvalstromen beschreven die tussen 2018 en 2020
zijn afgevoerd. Ook is in beeld gebracht hoe de producenten omgaan
met deze stoffen, en waarheen zij ze uiteindelijk afvoeren. Tot slot is
informatie verzameld over mogelijkheden om de productie van dit afval
in de toekomst te verminderen. Aanleiding voor deze inventarisatie is
een Europese afspraak, waardoor lidstaten een ‘Nationaal Programma
radioactief afvalbeheer’ moeten opstellen.

Bij radioactieve afvalstoffen maakt het RIVM een onderscheid in de
hoeveelheid radioactief materiaal en in hoe radioactief het is. De
afvalstoffen die de meeste straling afgeven ontstaan bij de productie
van zogeheten medische isotopen en in de nucleaire sector. In beide
gevallen gaat het om door de mens opgewekte radioactiviteit, en het
afval moet daarom worden afgevoerd naar de Centrale Organisatie Voor
Radioactief Afval (COVRA). Die twee afvalstromen vormen samen
ongeveer 98 procent van de radioactiviteit die jaarlijks naar de COVRA
wordt afgevoerd.

Wat de hoeveelheid radioactief afval betreft, ontstaan de grootste
stromen bij de productie van wit pigment (onder meer voor verf, papier
en tandpasta) en staal. Deze stromen vormen samen ongeveer 90
procent van de hoeveelheid radioactieve afvalstoffen die per jaar wordt
afgevoerd. Bij dit materiaal gaat het om natuurlijke radioactiviteit, en
mag het op een stortplaats worden gestort.

Bij enkele soorten radioactief afval van natuurlijke oorsprong lijkt het
technisch mogelijk om er minder van over te houden, bijvoorbeeld door
het te recyclen. Of dit in de praktijk mogelijk is, hangt vooral af van de
kosten, sociaal-maatschappelijke factoren, beleid en regelgeving. Het
RIVM beveelt onder meer aan om het beleid voor de verwerking van
radioactieve afvalstoffen verder te ontwikkelen. Het onderzoek is gedaan
in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Kernwoorden: radioactief afval, inventarisatie, circulaire economie,
radioactief afvalbeheer, radioactiviteit, hergebruik, deponie, ministerie
IenW


                                                           Pagina 3 van 285
RIVM-rapport 2022-0073




Pagina 4 van 285
RIVM-rapport 2022-0073




Synopsis



Radioactive residue and waste streams in the Netherlands
An inventory

Various practices generate radioactive residues and waste materials.
Examples include the production of nuclear energy, medical treatments,
the production of steel from iron ore and the extraction of oil and gas.
RIVM has made an inventory of which types and quantities of radioactive
residues and waste materials are generated in the Netherlands.

In this inventory RIVM has applied a division by sector, identifying
thirteen sectors where radioactive residues and waste materials are
generated. For each of these sectors RIVM has identified the main residue
and waste streams disposed of between 2018 and 2020. RIVM has also
catalogued how the generators manage these materials and to which
facilities the materials are transported for processing or disposal. Finally,
RIVM has also gathered information on options for reducing the
generation of this waste in the future. The inventory was prompted by a
European agreement, requiring EU member states to draw up a National
Programme for the management of radioactive waste and spent fuel.

When it comes to radioactive waste, RIVM makes a distinction between
the quantity of radioactive materials and their level of radioactivity. The
waste streams that emit the most radiation are those generated in the
production of medical isotopes and in the nuclear energy sector. Both
streams contain man-made radioactivity and must therefore be
transported to the Central Organisation for Radioactive Waste (COVRA)
for disposal. These two waste streams together account for approximately
98% of the radioactivity annually transported to the COVRA for disposal.

In terms of the quantity of radioactive waste, the largest streams
originate from the production of white pigment (which is used in products
such as paint, paper and toothpaste) and steel. Annually these streams
account for approximately 90% of the total quantity of disposed
radioactive waste materials. These materials contain natural radioactivity
and can therefore be disposed of at landfill sites.

For certain types of radioactive waste of natural origin it appears to be
technologically feasible to reduce the quantity to be disposed of, through
recycling for example. Whether this is also practically feasible, however,
depends on factors such as the costs involved, societal factors, policies
and regulations. RIVM has made several recommendations, such as to
develop a policy for the processing of radioactive waste materials. The
research was commissioned by the Ministry of Infrastructure and Water
Management.

Keywords: radioactive waste, inventory, circular economy, radioactive
waste management, radioactivity, reuse, landfill, Ministry of
Infrastructure and Water Management