Publicatie Laka-bibliotheek:
Het verdrag van Almelo

AuteurE.P.M.W.Domsdorf
1-01-8-30-38.pdf
Datum1976
Classificatie 1.01.8.30/38 (URENCO/UCN - ALGEMEEN)
Voorkant

Uit de publicatie:

Wie zich bezighoudt met de bestudering van rechtsbronnen van bet atoom-
energierecht- een nieuwe, in ons land nog nauwelijks bekende, loot aan de
aloude juridische stam- ontmoette tot dusverre op het gebied van de inter-
nationale verdragen en overeenkomsten plaatsnamen als Washington, Pa-
rijs, New York, Rome, Brussel, Moskou en Tlatelolco (Mexico-City).
   Sedert 4 maart 1970 echter kan ook de gemeente Almelo worden ge-
voegd in de rij van steden, waar de ca. 20 verdragen en overeenkomsten zijn
getekend, bij welker voorbereiding of totstandkoming ons land betrokken
is geweest.t Door deponering van de laatste - Nederlandse - ratificatie-
oorkonde trad het Verdrag van Almelo op 19 juli 1971 in werking.
   Het Tractatenblad 1970, Nr. 41, vermeldt als titel 'Overeenkomst tussen
het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Ver-
enigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland inzake samenwer-
king bij de ontwikkeling en exploitatie van het gas-ultracentrifuge-procédé
voor de produktie van verrijkt uranium, met bijlagen'.2
  Zowel deze overeenkomst als het wetsontwerp 10469, 10733, Zitting
1969-1970, mede strekkende tot deelneming in het aandelenkapitaal van
'Ultra-Centrifuge Nederland N.V.' door de Staat, hebben uitvoerige aan-
dacht gehad.s In het bijzonder de veiligheidsproblemen, de financiële, de
economische en de politeke aspecten vormden daartoe aanleiding. Ura-
mum-verrijking is nu eenmaal geen zaak, die op zichzelf staat. Zij is met
name in een middel-doel-verhouding onlosmakelijk verbonden met het
fenomeen kernenergie.
   In de onlangs verschenen Energienota - een voortreffelijk werkstuk -
werd het probleem, waar het in casu om gaat, compact en indringend aldus
verwoord: 'De bij velen levende onzekerheid met betrekking tot de veilig-
heidsaspecten verbonden aan kernenergie laat zich niet alleen door een
opvoering van theoretisch technische mogelijkheden en moeilijkheden c.q.
uitleg daarvan weerleggen. Naast kennis is overtuiging nodig; deze over-
tuiging kan slechts uit in de praktijk verworven ervaring groeien. Dit be-
tekent dat eventuele uitbouw van kernenergie slechts zo langzaam zal mo-
gen gaan dat de ondanks de uitgebreide veiligheidsmaatregelen bestaande
graad van maatschappelijke onzekerheid kan verminderen. Slechts een
strenge aan voorwaarden gebonden, beperkte toepassing in de praktijk kan
de theorie bevestigen. Hier ligt een politieke verantwoordelijkheid. Naar
het oordeel van de ondergetekende moet die verantwoordelijkheid ten prin-
cipale niet worden ontgaan.'"

Wanneer ik mij voorstel meer in het bijzonder aandacht te besteden aan
de juridische aspectens van het Verdrag van Almelo dan betekent dat uiter-
aard enerzijds een beperking maar anderzijds ook een completering van al
datgene, wat terzake reeds vanuit de ~- en de y-disciplines aan opinies en
standpunten naar voren is gebracht. Een completering, die noodzakelijk is.
Ter wille immers van een evenwichtige en objectieve oordeelsvorming over
de kernenergie in het algemeen en over het Verdrag van Almelo in het bij-
zonder kan de a-bijdrage niet worden gemist.