Stichting Laka

Publicatie Laka-bibliotheek:
Beschikking Kernenergiecentrale Dodewaard NV GKN (1998)

AuteurMin. EZ
1-01-8-13-16.pdf
Datumjuli 1998
Classificatie 1.01.8.13/16 (DODEWAARD - VERGUNNINGEN, BEZWAREN, PROCEDURES)
Opmerking Wijzigingen kernenergiecentrale Dodewaard
Voorkant

Uit de publicatie:

Deze beschikking uit 1998 betreft een wijziging van de
Kernenergiewetvergunning van de kerncentrale Dodewaard, verleend aan de
N.V. Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland (GKN). De
vergunningwijziging is aangevraagd nadat de exploitant had besloten de
elektriciteitsproductie definitief te beëindigen. De beschikking regelt de
overgang van een operationele kerncentrale naar een zogenoemde
post-operationele fase, als voorbereiding op de latere ontmanteling van de
installatie. 

ACHTERGROND VAN DE AANVRAAG

De directe aanleiding voor de aanvraag was het besluit van de SEP
(Samenwerkende Elektriciteits-produktiebedrijven), enig aandeelhouder van
GKN, om de kerncentrale uiterlijk op 1 april 1997 definitief buiten bedrijf
te stellen. Op 26 maart 1997 werd de elektriciteitsproductie beëindigd en
werd de reactor definitief stilgelegd. Daarmee kwam een einde aan de
productie van kernenergie in Dodewaard. 

Het doel van de aanvraag was niet de ontmanteling zelf te regelen, maar
uitsluitend de vergunning aan te passen aan de situatie waarin de centrale
geen elektriciteit meer produceert. Veel systemen die noodzakelijk waren
voor reactorbedrijf werden hierdoor overbodig. GKN wilde deze systemen
geleidelijk uitschakelen, reinigen en buiten gebruik stellen. 

De vergunning ziet uitsluitend op de periode tussen 1997 en ongeveer 2000.
Voor de daadwerkelijke ontmanteling en de keuze van een
ontmantelingsstrategie zou later een afzonderlijke vergunning worden
aangevraagd, ondersteund door een milieu-effectrapportage (MER). 

DRIE FASEN VAN BUITENBEDRIJFSTELLING

GKN onderscheidde drie fasen in het proces. 

FASE 1: VERPLAATSEN VAN SPLIJTSTOF

In de eerste fase worden alle splijtstofelementen uit het reactorvat
verwijderd en overgebracht naar het splijtstofopslagbassin (SOB). Omdat de
reactor niet meer in bedrijf is, zijn systemen die uitsluitend nodig waren
voor elektriciteitsopwekking niet langer noodzakelijk. 

FASE 2: AFVOER VAN SPLIJTSTOF

Na een afkoelperiode worden de gebruikte splijtstoffen afgevoerd naar het
buitenland voor opwerking. Volgens de planning zou dit proces rond 2000
voltooid zijn. Zodra alle splijtstof zich in het opslagbassin bevindt, zijn
veel reactor-gerelateerde veiligheidssystemen niet langer nodig. 

Tijdens fase 1 en 2 blijft de centrale grotendeels in dezelfde technische
toestand als op het moment van stillegging. De noodzakelijke
veiligheidssystemen blijven volledig functioneren. 

FASE 3: WACHTFASE

Wanneer alle splijtstof is afgevoerd, resteert een sterk vereenvoudigde
installatie. Alleen systemen voor omgevingsbewaking, toegangscontrole,
beveiliging en conditiebewaking blijven nodig. Vervolgens wordt gewacht op
een nieuwe vergunning die betrekking heeft op de definitieve ontmanteling. 

WIJZIGINGEN DIE GKN HEEFT AANGEVRAAGD

De aanvraag omvatte verschillende onderdelen. 

GEEN VRIJMAKING VAN KERNENERGIE MEER

Omdat de reactor definitief buiten gebruik was gesteld, zou geen
kernenergie meer worden geproduceerd. Er zou ook geen nieuwe splijtstof
worden aangevoerd. 

STOPZETTEN VAN EERDER VERGUNDE MODERNISERINGEN

In de vergunning van 1995 waren omvangrijke technische modificaties
voorgeschreven. Omdat de centrale niet langer elektriciteit zou produceren,
werden deze projecten stopgezet. GKN verzocht daarom de verplichting om
deze modificaties uit te voeren uit de vergunning te verwijderen. 

VERLAGING VAN LOZINGSLIMIETEN

Bij reactorbedrijf vinden gecontroleerde emissies van radioactieve stoffen
plaats. Na stillegging verdwijnen veel van deze emissies vrijwel volledig.
Daarom stelde GKN voor de toegestane lozingshoeveelheden aanzienlijk te
verlagen. Na volledige afvoer van de splijtstof zouden bepaalde emissies
zelfs geheel verboden kunnen worden. 

AANPASSING VAN VERGUNNINGVOORSCHRIFTEN

Veel voorschriften in de bestaande vergunning hadden uitsluitend betrekking
op een werkende reactor. Deze verloren hun betekenis en moesten worden
aangepast, gewijzigd of ingetrokken. 

PROCEDURE EN WETTELIJKE BASIS

De vergunningwijziging werd behandeld op grond van de Kernenergiewet.
Bevoegd gezag waren de ministers van Economische Zaken, VROM, Sociale Zaken
en Werkgelegenheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming
met de minister van Verkeer en Waterstaat. 

Voor deze wijziging was geen milieu-effectrapportage verplicht. De
autoriteiten concludeerden dat de aanvraag niet viel onder de categorieën
waarvoor een MER wettelijk noodzakelijk was. 

Een ontwerpbesluit werd gepubliceerd en ter inzage gelegd. Burgers,
organisaties en andere belanghebbenden konden bedenkingen indienen. 

INGEBRACHTE BEZWAREN

Er werden verschillende bezwaren ingediend. 

BEZWAREN TEGEN SLUITING

De heer Van der Veen en enkele organisaties (TOF en Orion-A) stelden dat de
centrale niet gesloten zou moeten worden. Hun argumenten waren voornamelijk
energiepolitiek en financieel van aard. 

De ministers wezen deze bezwaren af. Volgens de Kernenergiewet ligt het
initiatief voor exploitatie van een kerncentrale bij de vergunninghouder.
De overheid kan voorwaarden stellen aan veilig bedrijf of veilige sluiting,
maar kan een exploitant niet verplichten elektriciteit te blijven
produceren. 

BEZWAREN TEGEN ONTMANTELING

Andere indieners gaven aan geen bezwaar te hebben tegen sluiting, maar wel
tegen volledige sloop van de centrale. 

Ook deze bezwaren werden afgewezen, omdat de onderhavige vergunning
uitsluitend betrekking had op de post-operationele periode. De vraag of en
hoe de centrale zou worden ontmanteld, zou pas in een toekomstige
vergunningprocedure worden behandeld. 

VEILIGHEIDSBEOORDELING

Een belangrijk onderdeel van de beschikking betreft de beoordeling van de
veiligheid in de nieuwe situatie. 

NORMAAL BEDRIJF

De autoriteiten constateren dat de stralingsbelasting voor de omgeving na
stillegging verder afneemt. 

Doordat geen kernsplijting meer plaatsvindt: 

 	* ontstaan geen nieuwe radioactieve splijtingsproducten;
 	* verdwijnen de meeste luchtemissies;
 	* neemt de directe straling rond de installatie af;
 	* vervalt de productie van stikstof-16, een radionuclide dat tijdens
bedrijf ontstaat.

Hierdoor voldoet de centrale ruimschoots aan de geldende
stralingsbeschermingsnormen. 

ONGEVALLENRISICO'S

Ook het risico op ernstige ongevallen neemt sterk af. 

FASE 1

Deze fase lijkt volgens de overheid op een langdurige
splijtstofwisselperiode. De eerder uitgevoerde veiligheidsanalyses blijven
geldig en tonen aan dat de veiligheid voldoende gewaarborgd is. 

FASE 2

Wanneer alle splijtstof in het opslagbassin ligt, verdwijnen de
belangrijkste reactorrisico's vrijwel volledig. 

Volgens de analyse zijn dan onder meer uitgesloten: 

 	* ernstige reactiviteitsongevallen;
 	* koelmiddelverliesongevallen van de reactor;
 	* kernsmelting als gevolg van hoge vervalwarmte.

Zelfs als alle koeling van het opslagbassin zou uitvallen, zou het na
enkele maanden nog ongeveer tien dagen duren voordat het water kookt. Dat
geeft voldoende tijd om herstelmaatregelen te treffen. Bovendien is de
warmteproductie van de brandstof dan zo laag dat smelten van splijtstof
onmogelijk wordt geacht. 

FASE 3

Na afvoer van alle splijtstof neemt het risico verder af. Grootschalige
radioactieve besmetting wordt dan praktisch uitgesloten. 

Als gevolg daarvan verandert ook de classificatie van de installatie binnen
het Nationaal Plan voor de Kernongevallenbestrijding. De centrale wordt
niet langer gezien als een object waarvoor grootschalige noodmaatregelen
zoals evacuatie of schuilen noodzakelijk kunnen zijn. 

CONCLUSIE VAN DE OVERHEID

De ministers concluderen dat de veiligheid voor werknemers, omwonenden en
het milieu gedurende de gehele post-operationele periode voldoende
gewaarborgd blijft. Er bestaan daarom geen veiligheidsredenen om de
vergunning te weigeren. 

BELANGRIJKSTE VERGUNNINGWIJZIGINGEN

De beschikking bevat een groot aantal concrete aanpassingen. 

VERBOD OP HET VRIJMAKEN VAN KERNENERGIE

De reactor mag niet langer in bedrijf worden genomen. Kernenergie
produceren is niet meer toegestaan. 

BEPERKING VAN DE SPLIJTSTOFVERGUNNING

De vergunning geldt uitsluitend nog voor de op 26 maart 1997 aanwezige
splijtstof. Nieuwe splijtstof mag niet worden aangevoerd. 

Zodra alle splijtstof uit het reactorvat is verwijderd, mogen zich daar
geen splijtstoffen meer bevinden. 

NIEUWE EMISSIELIMIETEN

Na verwijdering van de splijtstof uit de reactor worden de jaarlijkse
emissiegrenzen aanzienlijk verlaagd: 

 	* Edelgassen: maximaal 25 TBq per jaar
 	* Halogenen: maximaal 0,3 GBq per jaar
 	* Aerosolen: maximaal 1 GBq per jaar
 	* Tritium: maximaal 2 TBq per jaar
 	* Koolstof-14: maximaal 50 GBq per jaar

Na volledige afvoer van alle splijtstof worden lozingen van edelgassen en
halogenen geheel verboden. 

VERPLICHTE AFVOER VAN SPLIJTSTOF

De vergunning schrijft voor: 

 	* alle onbestraalde splijtstof uiterlijk eind 1999 af te voeren;
 	* alle bestraalde splijtstof uiterlijk eind 2001 af te voeren.

GKN moet hiervoor tijdschema's opstellen en regelmatig rapporteren over de
voortgang. 

VOORBEREIDING OP ONTMANTELING

GKN moet een plan van aanpak opstellen voor de periode na 2000. Dit plan
moet aandacht besteden aan: 

 	* de technische uitvoering van ontmanteling;
 	* veiligheid van werknemers en omgeving;
 	* milieueffecten;
 	* financiële dekking van de kosten.

EINDCONCLUSIE

De beschikking van 1998 markeert de formele overgang van de kerncentrale
Dodewaard van een elektriciteitsproducerende kerncentrale naar een
installatie in afbouw. De overheid staat de gevraagde vergunningwijziging
toe omdat het risico voor mens en milieu door de stillegging juist
aanzienlijk afneemt. De vergunning richt zich op een veilige afvoer van
splijtstof, het gecontroleerd buiten gebruik stellen van systemen en de
voorbereiding van een latere ontmanteling. De uiteindelijke keuze voor de
ontmantelingsstrategie blijft nadrukkelijk open en wordt doorgeschoven naar
een afzonderlijke toekomstige vergunningprocedure.