Publicatie Laka-bibliotheek:
De Energie-Keuze-Enquête (1994)
| Auteur | Werkgroep Energie en Milieuonderwijs |
| Datum | juni 1994 |
| Classificatie | 1.01.1.20/05 (OPINIE - PEILINGEN) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
1. Inleiding Sinds 1986 wordt er door de werkgroep Energie- & Milieuonderzoek van de Rijksuniversiteit Leiden in opdracht van in eerste instantie bet ministerie van VROM en later mede in opdracht van het ministerie van EZ halfjaarlijkse onderzoek verricht naar publieksoordelen over de toepassing van kernenergie, kolen en andere energiebronnen. Mede naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek rees de vraag wat het effect zou zijn van informatieverschaffing over de verschillende energieopties op voorkeuren voor deze opties. Om dit effect te onderzoeken is in november/december 1993 de zogenaamde Energie-Keuze- Enquête afgenomen. In dit rapport worden de resultaten van de Energie-Keuze-Enquête besproken. Omdat het bier een wat minder gebruikelijk enquêtetype betreft wordt hieronder ingegaan op het fenomeen keuze-enquête. Vervolgens worden de hoofdlijnen van het aan de respondenten aangeboden keuzeprobleem uiteen gezet. In de volgende hoofdstukken komen de theoretische achtergronden van het soort voorlichtings- en beslisproblemen dat in deze context speelt aan bod (Hoofdstuk 2) en wordt uitgebreider ingegaan op de opzet van de Energie-Keuze-Enquête (Hoofdstuk: 3) alvorens de resultaten van de Energie-Keuze-Enquête aan bod komen (Hoofdstuk: 4). Tenslotte worden de belangrijkste conclusies samengevat (Hoofdstuk 5). 1.1. Wat is een keuze-enquête? Opinieonderzoek vormt vaak een bruikbaar instrument voor de bepaling van bet maatschappelijk draagvlak voor beleidsmaatregelen. Voor bepaalde doeleinden schiet opinieonderzoek zoals dat over het algemeen verricht wordt echter tekort. De meeste beleidsmaatregelen houden de keuze van bepaalde opties boven andere beleidsalternatieven in. Terwijl de beleidsmaker dus een keuze heeft moeten maken uit verschillende beleidsopties, wordt deze keuze over het algemeen niet voorgelegd aan respondenten in opinieonderzoek. Hierdoor ontstaat een situatie waarin respondenten een oordeel geven over een beleidsmaatregel zonder in hun oordeelsvorming expliciet de mogelijke alternatieven te betrekken. Zo kunnen er enerzijds situaties ontstaan waarin het publiek een bepaalde beleidsmaatregel lijkt af te keuren, terwijl ze wanneer ze de keuze had gekregen de onderhavige maatregel had verkozen boven alternatieve maatregelen, en anderzijds situaties waarin het publiek ogenschijnlijk de onderhavige maatregel steunt, terwijl de voorkeur - had men de keuze gekregen - in feite uitgaat naar een alternatief. Een tweede bezwaar dat wel tegen traditioneel opinieonderzoek aangevoerd wordt, is dat, met name wanneer het over complexe (technologische) problemen gaat, een substantieel deel van de bevolking over onvoldoende informatie beschikt om een weloverwogen oordeel te vormen. De zogenaamde Energie-Keuze-Enquête die in dit rapport wordt verslagen trachtte tegemoet te komen aan bovenstaande bezwaren. Ten eerste richtte de Energie- Keuze-Enquête zich op de keuze van energieopties boven andere energieopties. Ten tweede werden respondenten geïnformeerd over de belangrijkste consequenties van de verschillende keuzemogelijkheden alvorens zij een daadwerkelijke voorkeur uitspraken.
Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.