Publication Laka-library:
Reactorcentrum Nederland Jaarverslag 1972 (1973)
| Author | RCN |
![]() |
1-01-8-50-107.pdf |
| Date | May 1973 |
| Classification | 1.01.8.50/107 (PETTEN RESEARCH LOCATION - NRG/ECN/RCN - GENERAL) |
| Front |
From the publication:
Inleiding Op deze plaats werd vorig jaar de verwachting uitgesproken dat weldra ook in Nederland de risico's van grootscheepse toepassing van de kernenergie onderwerp zouden worden van een publieke discussie zoals die reeds enkele jaren aan de gang is, eerst in de Verenigde Staten, daarna vooral in het Duitstalige deel van Europa. Niet alleen is dit gebeurd, maar bovendien kan men in Nederland hetzelfde verloop van die discussie waarnemen als bij de buitenlandse voorgangers: aanvankelijk ligt het accent op de stralingsbelasting van de bevolking door het normaal bedrijf van kerncentrales, om dan, als eenmaal duidelijk is geworden dat deze klein is vergeleken met wat men voor medische doeleinden aanvaardbaar acht, zich te richten op de gevolgen van mogelijke bedrijfsongevallen met kerncentrales en op de verantwoordelijkheid jegens het nageslacht voor het geproduceerde radioactieve afval. Een speciale omstandigheid in Nederland is dat deze discussiegolf is samengevallen met die veroorzaakt door de publikatis van het rapport van de 'Club van Rome', dat in ons land meer de aandacht heeft getrokken dan elders. Daardoor is de kernenergie meteen in het juiste verband komen te staan, namelijk dat van de wereldenergievoorziening. Uit de 'energiecrisis', zoals die zieh thans (al weer het eerst in de Verenigde Staten) begint af te tekenen, biedt de kernenergie een uitweg (overigens zonder te pretenderen dat deze de enige is) en dat behoeft niet, zoals de 'Club van Rome' suggereert, automatisch gepaard te gaan met een onaanvaardbare radioactieve vervuiling. Wel echter veronderstelt grootscheepse toepassing van de kernenergie het voortbestaan van een technisch hoog ontwikkelde maatschappij met een ter zake competent bestuur, dat nauwlettend toeziet op het handhaven van normen bij de hantering van grote hoeveelheden radioactiviteit. Met zeker recht heeft Alvin Weinberg*) dan ook de keus waar de mensheid thans voor Staat met betrekking tot zijn toekomstige energievoorziening door kernsplijting vergeleken met die van Faust toen die zijn contract ter tekening voorgelegd kreeg (er wel bij opmerkend dat de wederpartij ten aanzien van de militaire toepassing van de kernsplijting een dergelijk contract allang getekend en wel op zak heeft). Tegen deze achtergrond heeft het zin de statutaire doelstelling van het RCN te citeren: De Stichting heeft ten doel het verwerven van wetenschappelijke en technische kennis en ervaring op het gebied van de vrijmaking van atoomenergie en van de toepassingen daarvan, voor zover zulks niet betrekking heeft op de ontwikkeling, de vervaardiging en het gebruik van atoomwapens, en het te algemenen nutte beschikbaar stellen van deze kennis en ervaring, in het bijzonder aan Nederlandse instellingen en Nederlandse ondernemingen'. Het blijkt daaruit dat het RCN in de eerste plaats een bron van technische informatie moet zijn ten behoeve van het algemeen belang, primair dus van de Overheid. In dit verslag zal men dan ook een en ander tegenkomen over adviezen aan de overheidsinstanties.
