Publicatie Laka-bibliotheek:
Eindrapportage nader bodemonderzoek op het terrein Oosterringdijk 18-18A te Amsterdam. Tekstrapport (2000)
| Auteur | Omegam |
| Datum | september 2000 |
| Classificatie | 1.01.9.30/27 (IKO / NIKHEF / WCW) |
| Voorkant |
|
Uit de publicatie:
SAMENVATTING Op de locatie Oosterringdijk l8-l8a te Amsterdam is een nader onderzoek uitgevoerd. De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door de Oosterringdijk Aan de oost-, zuid-, en westzijde is de locatie begrensd door een sloot. Aan de overzijde van de sloot bevinden zich aan de oost- en zuidzijde volkstuinencomplexen. Aan de overzijde van de sloot aan de westzijde bevindt zich de Molukkenstraat. Op de locatie zijn in het verleden diverse bedrijfsactiviteiten uitgevoerd. Vanaf 1908 is de locatie gebruikt voor industriële activiteiten. In de periode 1908-1921 is op de locatie de Gasfabriek Watergraafsmeer gevestigd geweest. In de jaren na beëindiging van de activiteiten is de gasfabriek ontmanteld en is een deel van de bebouwing van de gasfabriek verwijderd, waaronder de voormalige gashouders. Een deel van de bebouwing is omgebouwd voor overige activiteiten. Omtrent de activiteiten uitgevoerd op het terrein in de periode 1921-1946 is vrij weinig bekend. Vanaf 1946 is het IKO (Instituut voor Kernfysisch Onderzoek) op de locatie gevestigd geweest. In een later stadium heeft het IKO haar werkzaamheden gestaakt en is het NIKHEF (Nationaal Instituut voor Kernfysica en Hoge- Energiefysica) begonnen met haar activiteiten op de locatie. Het IKO en het NIKHEF hebben soortgelijke activiteiten uitgevoerd op de onderzoekslocatie. De aanwezige bebouwing op het terrein is momenteel verwijderd. De fundering en de kelders zijn nog wel aanwezig. Het terrein is grotendeels verhard met beton (funderingen) en klinkers. De westzijde van het terrein wordt momenteel gebruikt door een aannemer voor de opslag van materiaal en materieel. Het terrein is gescheiden van de omgeving met een hekwerk en een afsluitbare poort. Het huidige maaiveldniveau bevindt zich op een niveau van circa NAP -3,7 m tot -3,9 m. Op de locatie is een ophooglaag aanwezig met een dikte van 1,5 à 2,0 m. De ophooglaag op de westzijde en het midden van het terrein bestaat overwegend uit zintuiglijk schoon ophoogzand. Binnen de bebouwing op het midden van het terrein (gebouwen B/G en C) is puinhoudende grond aanwezig. Op een strook aan de zuidzijde van de locatie (terreindeel IX) bestaat de ophooglaag uit een laag zand (0,5 m) met daaronder sintels. De bodemopbouw op de oostzijde (oostzijde gebouw C en verder) is divers. Dit terreindeel lijkt voor een groot deel met materiaal elders van de locatie te zijn opgehoogd. Plaatselijk is de vloer van een gashouder nog aanwezig. Op de locatie zijn in het verleden een aantal sloten aanwezig geweest. De sloten zijn over het algemeen in zijn geheel verwijderd en vervangen voor schoon aanvulzand. Onder de ophooglaag bevindt zich een veenlaag met een dikte van 1,0 à 1,5 m. Onder de veenlaag bevindt zich over een traject van 2,0 à 2,5 een aantal storende lagen. Beneden deze storende lagen bevinden zich zandlagen (begin eerste watervoerend pakket). Het grondwater in de ophooglaag stroomt af in zuidelijke richting naar de daar aanwezige sloot. Op de locatie is sprake van een kwelsituatie. Ten gevolge van de industriële activiteiten op het terrein is verontreiniging opgetreden van zowel grond als grondwater. Op een aantal plaatsen is sprake van een geval van ernstige verontreiniging van grond en! Of grondwater. In een aantal gevallen is een directe relatie te leggen tussen de verontreiniging en een verontreinigingsbron. In een aantal gevallen is dit niet mogelijk.
Deze publicatie is alleen op papier bij Laka beschikbaar, niet als pdf.
Publicaties zijn te leen of informeer of we een kopie kunnen maken. Soms, als we tijd hebben, lukt dat tegen kostprijs van de kopieën.