Publication Laka-library:
Evaluatie voor locatie Borssele II - Beschikbaarheid van koelwater (2024)
| Author | Deltares, Min.EZK |
![]() |
1-01-8-25-14.pdf |
| Date | April 2024 |
| Classification | 1.01.8.25/14 (BORSSELE II - PZEM/DELTA - GENERAL) |
| Front |
From the publication:
Evaluatie voor locatie Borssele II Beschikbaarheid van koelwater Deltares Opdrachtgever: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Trefwoorden: Koelwater, pluimverspreiding, recirculatie, COWUI, DeWD, dynamische koppeling, elektricitritscentrale, inlaat, lozing, kerncentrale Versie: 1.0 Datum: 26-04-2024 Status: definitief Samenvatting De Nederlandse regering overweegt de ontwikkeling van een tweede kemcenirale in Nederland en heeft hiervoor Bmsek en de Maasvlakte geseledeerd als mogelijke locaties. Dekares is door het Ministerie van Economische Zaken gevraagd om, onder andere, een gedetailleerde modelstudie uit te voeren naar de beschikbaarheid van koelwater op locatie Borscele. Deze verkennende studie zal de eerste technische infwmatie versdiaffen aan mogelijke ontwikkelaars die hun eigen technische onde-en uit dienen te voeren voor een eerste ontwerp van een dergelijke centrale. Eenzelfde modelonderzoek (met dezelfde mate van detail als voornoemd onderzoek) naar de beschikbaarheid van koekter in het vrijwaringsgebied van de Maasvlakte zal in een later stadium ook worden uitgevoerd als onderdeel van dit overkoepelende onderzoek. Het doel van diî koetwateronderzoek is om de beschikbaarheidlcapaciteït van koelwater in het Sioegebied (krssele) inzichtelijk te maken. Meer yrecrfiek: om de gecombineerde pluimverspreiding en recirculatie van verschillende mogelijkheden voor de nieuwe koebaterlozing van Bwcsele 2 (en andere lozingspunten in het gebied) te verkennen in relatie tot de toepasselijke milieucriteria voor veischillende inlaat- en lozingsopties van BMscele 2 (Reltares, 2023). Deze studie heen tot doel de ontwikkelaars een eerste indimtie te leveren van de haalbaarheid van onderzochte koekterconfiguraties op basis van temperatuur criieria. De uitgevoede studies zijn niet bedoeld om volledig te zijn en zijn daarmee ook geen garantie dat, als de ontwikkelaars de verschafte informatie volgt, dit recht geeft op een vergunning en acceptatie van de ontwikkeling. Er wordt verder opgemerkt dat bevoegd gezag heelt aangegeven dat waterkwaliteit en d o g i e ook belangrijke aspecten zijn in relatie tot de haalbaarheid van de ontwikkeling van de kernoentrales en dat deze aspecten nog niet in deze eerste, verkennende studie zijn meegenomen. De beschikbare informatie voor projectlocatie Borssele 2 is geïnventariseerd en beschreven. Deze inventarisatie omvat beschrijvingen en analyses van de bathymetrie, milieucriteria en relevante omgevingsmstandigheden op de projectlocatie. Een volledig weizicht van de milieuwitena voor de inlaat- en ldngçconñguratie van Borssele 2 wordt weergegeven in het "Voorstel regelgevend kader warmteloringen centrales Borssde en Maasvlakte", Debres (2023). Samen met het Ministerie van Economische Zaken zijn mogelijke mnoeptueJe ontwetpen voor het inlaat- en Iozingspunt van Bwcsele 2, lozingskarakteristieken en lozingsopties geTdentjficeerd en overeengekomen ter simulatie. Om de pluimverspreiding en recirculatie van gekoosd koelwater in het Borsselegebied te kunnen simuleren is een gedetailleerd &r-fieM model opgezet in üetMD. Dit &r-&M model simulewt de hydrodynamische processen van belang voor de pluimverspreiding en warmte- uitwisseling met de aimosfeer met voldoende hakontale en verticale resolutie. Hydrodynamische randvoorwaarden zijn afgdeid van intern beschikbare en gevalideerde grootschalige Westerschelde-madeilen. Modelresultaten vanuit het detailmodel zijn ter verificatie vergeleken met het grootschalige model. Vow ontwerpopties die een lozing onder water voorzien, werd het gedrag in het near-field van de wamtepluim van de lozing onder water berekend met behulp van het CORMIXexperlsysteem. CORMIX berekent het hydrodynamische gedrag van de losingspluim nabij de lozing, inclusief het trajed van de pluim en de verdunning onder invbed van de omgevingcomstandigheden. De resultaten van de nex-field evaluatie zijn vervolgens gekoppeld aan het far-Md model met behulp van het CSUMO-systeem (Coupled Subgrïd Model) van Debres.
